Tadek Miller

Pensioensector mist gedeelde visie op ICT

In de huidige discussies omtrent de ontwikkelingen in de pensioensector blijft een belangrijk element consequent onderbelicht, namelijk om ICT meer te zien als oplossing dan als kostenpost. De huidige discussies worden altijd gevoerd omtrent belangrijke thema’s zoals de financiering van het pensioenstelsel op langere termijn (met daaraan verbonden de verschuiving van de pensioenleeftijd), het afschaffen van de doorsneesystematiek, de dekkingsgraden, de individualisering, de veranderingen in de arbeidsmarkt, de veranderingen in wet- en regelgeving, en de verlaging van de uitvoeringskosten.  ICT wordt vaak aan het laatste thema gekoppeld, en wordt vooral gezien als een middel tot kostenverlaging. Dit zou te bereiken moeten zijn door efficiënte inzet van ICT-middelen en “slimme” systemen, waarbij vaak als uitgangspunt wordt genomen dat de klant aan de knoppen moet, in een zelfbedieningsconcept. Hierbij wordt zowel de (gewezen) deelnemer als de werkgever als de klant gezien. Dit concept uit de bankenwereld wordt “straight through processing” genoemd, en zou ervoor moeten zorgen dat er veel minder handjes bij de pensioen uitvoerder nodig zijn, hetgeen de kosten drukt. “Van handjes naar bestandjes”, dus.

Inmiddels zou het toch zo moeten zijn dat de mogelijkheden die ICT heden ten dage biedt, mede het beleid zou moeten bepalen van overheid, fondsen, sociale partners en pensioenuitvoerders? Er gaat tenslotte heel veel geld om in deze tak van sport. Geld, dat een maatschappelijk kapitaal vertegenwoordigt, en waar miljarden mee zijn gemoeid. Helaas is dat nog onvoldoende het geval.

Waar missen deze partijen nu de boot?

Fondsen vinden dat zij eigenaar van de data zijn, en de uitvoerder mag het uit naam van het fonds beheren, in ruil voor een vergoeding. Een eenvoudig verdienmodel dus. Als een fonds oordeelt dat het beheer niet aan de maat is, kan het fonds de overstap maken naar een andere beheerder. Dit ‘niet aan de maat’ zijn wordt gemeten in SLA’s, en heeft veel te maken met kosten per deelnemer, en juiste en tijdige informatieverstrekking aan zowel (gewezen) deelnemer als werkgever en fonds. Door de ‘ontzaffing’ (scheiding fonds – uitvoerder) is er geen echte relatie meer tussen het eigenaarschap van data en beheer van data, en verliest de eigenaar het zicht op de problemen waar uitvoerders voor gesteld worden. Naarmate de tijd verstrijkt wordt dat gat alleen maar groter, en heeft het fonds(bestuur) nauwelijks nog notie van welke data er van hun eigen leden is opgeslagen, laat staan dat ze zich een beeld kunnen vormen van de kwaliteit ervan. Dit wordt pas pijnlijk duidelijk als een transitie van de ene uitvoerder naar de andere aan de orde is, onafhankelijk van de reden van die transitie. Een voorbeeld hiervan is als conversie van data aan de orde is. De nieuwe uitvoerder moet de data van de latende uitvoerder converteren naar haar systemen, en schuift de rekening voor reparatie van ontdekte fouten naar het fonds. Het fonds komt dan vaak voor pijnlijke verrassingen te staan, die het fonds veel geld kosten om te laten repareren.

Pensioenfondsen maken het beheer duur

Pensioenfondsen zijn in beweging. Ze heffen zichzelf op, ze groeien of consolideren, en erven daarmee de regelingen met al hun uitzonderingen van hun rechtsvoorgangers. Een vereenvoudiging van een pensioenregeling komt er in wezen op neer dat er weer een pensioenregeling bij komt: de oude blijft immers bestaan als er geen overgangsregeling getroffen wordt. De mogelijkheden om verworven rechten aan te passen zijn beperkt, en dat maakt de uitvoering er niet makkelijker op. Toch streven ook pensioenfondsen in theorie naar een beperking van uitvoeringskosten. Logisch: het gemeenschappelijk geld dient zo veel mogelijk de deelnemers ten goede te komen, en niet de partijen die floreren bij de instandhouding van dit oerwoud. Een fonds zal het daarom vaak zoeken in zaken doen met de uitvoerder die levert tegen de laagste kosten. Fondsen realiseren zich onvoldoende dat zij juist de kostendrijver zijn. Rijst dus de vraag hoe ook pensioenfondsen (en dus niet alleen de pensioenuitvoerder) kunnen bijdragen in de discussie over kostenverlaging of winstmaximalisatie. Het staat nauwelijks of niet op de agenda van de pensioenfederatie. Uitvoeringskosten mogen niet “de pan uit rijzen”, maar geen letter over “hoe bereiken wij dat dan”.

Beheer is vaak een lastige klus

Natuurlijk dient een uitvoerder de data ordentelijk te beheren, en dient een opdrachtgever dat te controleren. Maar de pensioenuitvoerder is de laatste partij die iets mag bepalen. Neem alleen al het feit dat iedere sociale ronde (overleg tussen werkgevers en werknemers) met argusogen door de uitvoerders wordt gevolgd, om vast te kunnen stellen welke wijzigingen nu weer door de sociale partners zijn bedacht en die in de systemen moeten worden doorgevoerd. Hetzelfde geldt voor voorstellen, die eenmaal door de wetgever doorgevoerd, hun weerslag moeten gaan krijgen in de systemen. Hierna gaan alle uitvoerders afzonderlijk (weer) aan de slag, en begint het grote geld uitgeven (systemen aanpassen, etc.). Daar, waar vroeger een fonds met uitvoering onder eigen beheer zich bij wijzigingen meteen zorgen maakte over de gevolgen voor uitvoering, wordt tegenwoordig het stokje meteen doorgegeven, en wordt het aspect kostenbeheersing naar het eind van de keten doorgeschoven. Opmerkelijk in dit verband is de sporadische ‘herzaffing’, waar fondsen exclusiviteit gaan eisen bij de uitvoerder, juist om meer grip te krijgen op het beheer en gebruik van de gegevens.

Wat moet er gebeuren?

Alle partners in de pensioensector, dus zowel overheid, werkgevers en werknemers, fondsen en pensioenuitvoerders, moeten zich veel meer gaan realiseren dat alle nieuwe of veranderende trends in de pensioenenmarkt leiden tot het maken van kosten. Het lijkt erop dat de gevolgen van genomen besluiten worden afgewenteld op de uitvoerder (en uiteindelijk de pensioengerechtigde). Het in stand houden van complexiteit, naast het eisen van kostenverlagingen bij de uitvoerder op straffe van switchen van uitvoerder is daarmee niet te verenigen. De discussie over doelmatigheid wordt hier gemist. Iedere nieuwe of gewijzigde afspraak, hoe vernieuwend ook, kost de sector geld. De oude afspraak moet immers ook nog vaak in stand worden gehouden. Daarnaast moet de mogelijkheid bestaan nieuwe of gewijzigde regelingen a priori te beoordelen op uitvoeringsproblemen, waarbij de kans aan de uitvoerder geboden moet worden om te wijzen op de kosten. Dus niet zomaar “slikken of stikken”. Uitvoerders gaan echter wel ver als het gaat om het binnenhalen van nieuwe klanten, en nemen dan veel complexiteit voor lief.

Het gaat hier om maatschappelijk kapitaal, en het pensioen is nog altijd zonder meer een noodzakelijke aanvulling op de AOW. De overheid moet daarom analoog aan de zorgsector dé partij zijn die moet gaan zorgen voor standaardisering in de pensioensector, om zodoende een effectief en efficiënt pensioenbedrijf te bewerkstelligen. Het is onvoldoende als de overheid alleen toeziet, controleert, of meewerkt aan instandhouding van complexiteit door regeldrift. Nu is er geen partij die zich geroepen voelt het voortouw te nemen in deze discussie, en indien dit aan de marktpartijen zelf wordt overgelaten, zal dit nimmer leiden tot enig initiatief (‘waarom zou ik….’). Waarom bestaat er nog geen equivalent van het NICTIZ (Nederlands Instituut voor ICT in de Zorg), dus een NICTIP?

Bestuurders van pensioenfondsen, of het nu bedrijfstak pensioenfondsen zijn of andere vormen, moeten hun relatie tot de (uitbestede) gegevensverzamelingen herstellen en het eigenaarschap daarvan daadwerkelijk vormgeven, en zelf actief gaan bijdragen aan (ICT) kostenbeheersing. Agendeer dit onderwerp eens bij de pensioenfederatie, en richt samen een NICTIP op. Daarnaast moeten sociale partners in de CAO discussie over nieuwe of andere reglementen zich duidelijker gaan realiseren dat de realisatie van wensen of wijzigingen altijd geld kosten, ook al lijkt het nog zo doelmatig.

De verenigingen van pensioengerechtigden en deelnemer raden moeten zich gaan realiseren dat zelfs zij direct zijn betrokken bij de discussie over kosten, en dat zij deze kunnen beïnvloeden door aan te dringen op doelmatig gebruik van (ICT) middelen. Iedere euro die in kas blijft, draagt bij aan een beter pensioen.

ICT-bedrijven varen er wel bij…

ICT-bedrijven zijn als belangrijke leverancier in de sector altijd gebaat bij verandering. Of het nu gaat om standaardisatie of juist niet: ICT-bedrijven verdienen aan verandering. Maar daar zit het ‘m niet in. Het gaat dus niet om de vraag of een ICT-bedrijf met het bovenstaande voor zichzelf een verdienmodel of een markt aan het creëren is.  Het gaat om de sector zelf, waarbinnen de verandering moet plaatsvinden. De uitvoerder moet veranderen van een traditioneel bedrijf met processen, mensen en middelen naar data beheerder. Oude processen van incasso, rechtenbeheer en excasso zijn dan eenvoudige uitvloeisels, zo niet het resultaat van doordacht beheer, waarbij de data ten dienste staan van de uiteindelijke eigenaar: de pensioengerechtigde. En daarbij moet verder gekeken worden dan alleen de basisadministratie, want ook daar is nog veel te winnen. Hierbij moet worden getransformeerd van “legacy” naar nieuw via “IT Modernization”. CGI heeft een stevige footprint in de pensioenensector en kan mede op basis van ervaring in andere sectoren (bijv. banken en verzekeraars), een grote bijdrage leveren aan flexibiliteit in het beheer van gegevensverzamelingen. Hierdoor kan ervoor gezorgd worden dat het uitvoeringsbedrijf transformeert naar een data gedreven organisatie, waarbij de klassieke processen naar de achtergrond verdwijnen en nooit meer een probleem opleveren, vergelijkbaar met het bijhouden en raadplegen van je banksaldo. Opvallend en jammer hierbij is, dat juist pensioenfondsen zich zelden of nooit laten adviseren door een ICT-bedrijf: dit wordt overgelaten aan de uitvoerder.

Conclusie

De wereld van pensioenen loopt niet voorop als het gaat om het benutten van mogelijkheden, en een aantal stakeholders moet dit beseffen.  Handen ineen slaan is dus het advies, en niet alleen discussiëren over een nieuw pensioenstelsel, maar ook over de wijze waarop we het pensioenstelsel met elkaar het meest efficiënt en effectief (kostenbewust) kunnen realiseren met de inzet van doelmatige ICT-middelen. De deelnemer, en dat bent u zelf ook, heeft er recht op!

Bronnen:

  • Pensioen Prioriteiten Onder redactie van mr. Flip Klopper, mr. Leon Mooijman en dr. Carel Petersen, 13 Consolidatie van de Nederlandse pensioensector, in Pensioen bestuur en management, PBM dossierreeks nr 8
  • Elementen voor modernisering van het pensioenstelsel, Pensioen Federatie, mei 2017
  • https://www.nictiz.nl/over-nictiz
  • http://www.pensioenregister.nl

Blogrichtlijnen en gebruikersvoorwaarden