Primary tabs

De fietsbranche beleeft bijzondere tijden. Fysiek winkelen was er niet bij in grote delen van 2020 en in 2021 evenmin, maar reparaties mochten doorgaan. Online bestellen eveneens. De vraag naar stads- en toerfietsen, mountainbikes en flitsende racefietsen steeg flink. Wat de huidige omstandigheden bijzonder maken is dat een aantal onverwachte elementen samenkomt: Corona, productiestops, containers die op de verkeerde locatie staan, langer levertijden en een groter dan verwachte klantvraag.

Artikel in samenwerking met Hans Moonen - Expert Smart Logistics bij CGI en Assistant Professor IEBIS Universiteit Twente

Enorm tekort aan onderdelen

Op dit moment is de grootste uitdaging waar de fietsbranche voor staat een schreeuwend tekort aan onderdelen. Een fiets bestaat uit misschien wel 240 van deze ‘parts’. Is er een tekort aan veel van deze producten? Dat niet, het zijn vooral de derailleurs, voorvorken en wielsets, zo stelt Hans Moonen, CGI smart logistics expert en assistant professor aan de Universiteit Twente, op basis van zijn eigen recente ervaringen en zoektocht naar een nieuwe mountainbike.

Lange keten

De fietsmarkt is een lange keten. Fietsfabrikanten plaatsen bestellingen tot een jaar vooraf. De sector werkt nadrukkelijk in modeljaren. Fabrikanten verkopen modeljaar 2021 vanaf oktober/november 2020. De fietsen staan ongeveer een jaar in de winkel. De bestellingen voor 2021 werden in januari 2020 gefinaliseerd, dus, kort voor de uitbraak van de coronacrisis. Productielocaties in China en andere Aziatische landen sloten kort erna. Toen deze weer langzaam opstartten waren veel grote afnemers – Westerse landen – nog in lockdown en ook daarna bleven sportlocaties dicht. Dat zette mensen aan tot fietsen. De vraag naar nieuwe fietsen explodeerde, hetzelfde gold voor de vraag naar vervangingsonderdelen. Een effect was dat levertijden opliepen van soms wel 26 weken tot zelfs ‘levertijd onbekend’.

Onvoldoende flexibiliteit

Vanuit de branche is al langer de roep hoorbaar om een andere manier van produceren. De huidige manier is niet flexibel genoeg. Nu is in veel gevallen een vraagvoorspelling omgezet in een bepaald aantal geproduceerde fietsen die vervolgens op de boot naar bijvoorbeeld Nederland zijn gezet. Althans, dat was in het voorjaar van 2020 de bedoeling. Moonen legt in een artikel op LinkedIn uit hoe hij tegen het flexibiliteitsvraagstuk aankijkt. “Met studenten en collega’s heb ik regelmatig de supply chain beergame gespeeld. Dit spel is oorspronkelijk in de jaren ‘60 ontwikkeld. Daarbij zag je de ellende ontstaan zodra de consumentenvraag fundamenteel begon te veranderen: grote bestellingen, voorraad tekorten, niet kunnen leveren en opslingering in de keten.”

Door corona explodeerde de vraag naar fietsen en vervangingsonderdelen. Een effect was dat levertijden opliepen van soms wel 26 weken tot zelfs ‘levertijd onbekend’.

Impact op langere termijn

“De werkelijkheid is natuurlijk altijd complexer dan een managementgame zoals deze, maar de paralellen zijn opvallend. Spannende vraag voor de fietsketen zal zijn wat de impact van deze vraagverstoring zal zijn op de langere termijn. Blijven we ook als alles straks weer in meer of mindere mate terug naar normaal gaat met zijn allen zoveel fietsen? Komt er een golf aan te weinig gebruikte nieuwe aangeschafte fietsen de (tweedehands) markt op rollen? Kortom, wat te doen voor modeljaar 2022 (en 2023)?”

Assemble-to-order

Daarbij roept Moonen ook de meer fundamentele vraag op of het hogere segment binnen de fietsmarkt niet veel meer assemble-to-order moeten worden. “Ofwel, als onderdelen van Shimano niet leverbaar zijn is terug te vallen op onderdelen van SRAM en vice versa. Uiteraard speelt ook het slimmer gebruik van informatiesystemen hierbij een rol. Niet alleen om het uitwisselen van onderdelen mogelijk te maken, maar ook om sneller zicht te hebben op beschikbare voorraden aan onderdelen en te anticiperen op de vraag van consumenten.”

Kritiek op huidige productiewijze

De suggestie van Moonen krijgt in de media van diverse mensen bijval. Aanbod gestuurd produceren is niet de toekomst voor de fietsbranche, is te lezen. Is die kritiek op de huidige werkwijze terecht? Ton de Kok, zowel parttime professor Operations Management als directeur van het CWI, is voorzichtig in zijn antwoord op die vraag: “Vraag is wat aanbod gestuurd produceren is. Ik ga ervan uit dat er een voorspelling van de vraag wordt gemaakt. Op basis daarvan wordt een productieplan gemaakt, via sales en operations planning en master production schedule. Als we vraag gestuurd gaan werken, wat is dat dan? Als het echt make-to-order wordt, dan duurt het veel te lang. Het probleem van gebrek aan onderdelen zit in de onverwachte toename van de vraag als gevolg van Covid-19 en een waarschijnlijk niet op flexibiliteit maar op efficiency ingerichte onderdelenfabricage in het Verre Oosten. Dit soort tekorten is van alle tijden. Van tijd tot tijd is er een tekort wereldwijd aan condensatoren en weerstanden, omdat bedrijven niet tijdig investeren in extra capaciteit. En dat gebeurt doordat efficiency the name of the game is in veel sectoren aan het begin van ketens: asset-intense, dus efficiency.”

Assemble-to-order
Assemble-to-order

‘Prijzen verhogen kan helpen’

Door het grote tekort aan een beperkt aantal onderdelen is er al bijna een jaar een onbalans tussen vraag en aanbod. Daar is wel iets aan te doen, stelt De Kok, al vergt het wel duidelijke maatregelen. “Bij een structurele onbalans tussen vraag en aanbod kun je maar beter de prijzen verhogen, zodat de klant zelf nee zegt. Verder is het zaak om de onderdelenfabricage te maximaliseren. Dan helpt het om meer van hetzelfde te maken, zodat de omsteltijden omlaag gaan. Het assortiment dient dan downstream eveneens te krimpen, iets wat ketenafspraken vereist.”

Voorbereiden op bullwhip?

Sommige fietsenverkopers en groothandels zijn aan het hamsteren geslagen. Dat is, zie het bekende voorbeeld van toiletpapier, misschien wel begrijpelijk maar niet verstandig vanuit logistiek oogpunt. Bij fietsen is er daarnaast een sterke stijging van de vraag, iets wat bij toiletpapier niet het geval was. Achterstanden waar het de onderdelenleveranties betreft zijn in sommige gevallen pas eind 2022 weggewerkt. Moet de sector zich op een enorm bullwhip effect voorbereiden? De Kok: “Bullwhip is te dempen door de beperkte capaciteit upstream. Orders gaan misschien wel de lucht in, maar dat is maar informatie. Shipments die alle kanten opvliegen is niet aan de orde. Zoals eerder gezegd moet de sector niet zeuren: nu kan er echt geld verdiend worden.”

Fietsbranche in goed gezelschap

Afgaande op Moonen en De Kok zijn er zeker mogelijkheden om in de toekomst flexibeler in te spelen op grote schommelingen in vraag en aanbod in de fietssector. Al kosten die oplossingen dus tijd én vereisen ze een duidelijke strategie en ketenafstemming. De branche bevindt zich overigens in ‘goed’ gezelschap. Er is een tekort aan karton en ook Heinz meldde dat er een tekort dreigt aan zakjes ketchup, als gevolg van vooral heel veel meer afhaalbestellingen in de VS.

Dit artikel verscheen eerder op Logistiek.nl