Primary tabs

Het Connekt-netwerk presenteerde minister Cora van Nieuwenhuizen drie initiatieven die echt moeten bijdragen aan een nieuw mobiliteitssysteem. Het internationale verband voor slimme, duurzame en sociale mobiliteit is ervan overtuigd dat we zo sterker uit de crisis kunnen komen. CGI, een van de betrokken partijen, geeft een toelichting.

Interview met Ward Koopmans - Director Consulting Expert - Mobiliteit

De coronacrisis kan de verandering brengen waar we allemaal al jaren op wachten. Daar is Ward Koopmans, mobiliteitsexpert bij zakelijke en ICT-dienstverlener CGI, van overtuigd. Hij ziet beweging op twee terreinen. “Ten eerste, en dat is een inkoppertje: kijk naar de effecten op de weg nu we noodgedwongen thuis zitten. Leg dat naast de gedragsveranderingscampagnes van afgelopen jaren – we zijn als CGI bij velen betrokken geweest. Steeds liep je op tegen de vraag: hoe schaal je op? Nu zie je dat mensen veel bewuster nadenken over mobiliteit. Dit is wat we wilden – zonder die crisis dan natuurlijk.”

Ten tweede komt op het gebied van data meer los. “Wij hebben veel ervaring met het verrijken van apps met data uit tal van bronnen. Denk aan een MaaS-app waarmee gebruikers hun reis kunnen plannen, boeken en betalen. Mensen krijgen een gepersonaliseerd overzicht van bijvoorbeeld vervoersopties, routes en brandstofkosten. Maar ook daar liepen we op tegen de vraag: hoe schalen we op? Nu de capaciteit in het OV en op fietspaden beperkt is, móéten we wel nadenken over manieren om te verdelen.”

Sleutelwoorden

De grote vraag is nu: hoe houden we dit momentum vast? Het Smart Restart-initiatief van Connekt wil deze crisis aangrijpen om de verandering te verankeren. En dat niet alleen: de initiatiefnemers geloven dat er ook een goede businesscase in zit. Onlangs stuurde het internationale samenwerkingsverband een brief hierover naar inframinister Cora van Nieuwenhuizen. Binnenkort gaat een afvaardiging voor een gesprek naar het ministerie.

Het initiatief heeft drie pijlers. In eigen woorden samengevat: een programma voor het stimuleren en faciliteren van thuiswerken, écht doorpakken met Mobility as a Service en het met allerhande data inzichtelijker maken van reisalternatieven.

Bij die eerste pijler, voluit het Mobility Footprint Programma, is Koopmans betrokken. Dat programma richt zich aldus Connekt ‘op het veranderen van ons mobiliteitsgedrag, zodat we in Nederland minder verplaatsingen creëren en áls we ons verplaatsen dit bewuster en duurzamer doen.’ Stimuleren, faciliteren, kennisoverdracht en verbinding zijn sleutelwoorden.

Belonen

Binnen dit programma moet ook discussie gaan ontstaan over de vraag hoe bestaande infrastructuur beter benut kan worden. Koopmans en de andere betrokkenen zien hierin een rol voor ‘betalen naar gebruik’. “Als we allemaal tegelijk tijdens de ochtendspits de auto pakken, stromen de wegen vol. Je moet de beschikbare capaciteit slimmer verdelen”

Hoe? Dat moet je uitwerken, zegt hij. “Er zijn hier verschillende ideeën over binnen het netwerk. Het begint met het inzichtelijk maken van mobiliteitsgedrag en dit zodanig dat je er ook op kunt sturen. Denk aan een Mobility Footprint-rekentool waarmee je nulmeting kunt doen en gedrag kunt blijven monitoren. Daarnaast willen we veel slimmer gebruik gaan maken van beschikbare werklocaties van werkgevers in combinatie met de huisvesting van werknemers. Dus: als dat past een dagje werken op de locatie van een collegabedrijf uit het Connekt-netwerk. Je zou ook – en dat werkt denk ik veel beter – gewenst gedrag kunnen belonen. Dat je bedrijven die erin slagen om het aantal medewerkers dat tussen zes en negen uur ’s ochtends op de weg zit te verminderen, compenseert.”

Duw in de rug

In die mobiliteitsomslag speelt MaaS een grote rol – vandaar ook dat het de tweede pijler is. De Connekt-leden pleiten voor een nationaal MaaS-programma. Dat dat er al is in de vorm van de zeven MaaS-pilots kun je volgens Koopmans niet zo zeggen. “Het zijn zeven regionale projecten”, legt Koopmans uit. “Doelstelling is ook om verschillende aspecten van het mobiliteitsconcept te onderzoeken. Maar wij geloven dat als je het meer nationaal aanpakt, je sneller kunt schakelen. Samenwerking is onontbeerlijk, maar de coronacrisis heeft partijen een duw in de rug gegeven. Daardoor is de bereidheid hiertoe veel groter.”

Vooral op het gebied van data delen moet de samenwerking verbeteren, vindt hij. Dat wordt al lang geroepen, maar nu is volgens hem de tijd rijp. “MaaS werkt alleen als alle verschillende aanbieders data met elkaar delen. Maar op dit moment gebeurt dat nog niet, kijk naar de OV-chipkaart. Je kent de bezwaren op gebied van techniek, privacy en concurrentie. Daar moeten we echt mee aan de slag.”

Winkelstraten

De derde pijler is, zoals dat zo mooi heet, het Mobility Impact Lab. “We hebben inzichten nodig om bedrijven en burgers handelingsperspectief te geven”, schrijven de Connectleden in het plan. “Als netwerk willen we een Mobility Impact Lab gaan hosten, waarin gezamenlijk complexe vraagstukken rond de 1,5 meter in stedelijke mobiliteit worden opgepakt.” Denk aan protocollen, of aan alternatieven voor wachtrijen in winkelstraten.

“We willen best practices gaan verzamelen”, vult Koopmans aan. “Zo zien werkgevers heel concreet waar gemakkelijk winst te behalen is. Het verzamelen en presenteren van data is hierbij een belangrijk uitgangspunt.”

Hij kijkt uit naar het gesprek op het ministerie en hoopt op snelle vervolgstappen. “Het zou zonde zijn als dit strandt in allerlei commissies. We moeten onze mouwen opstropen en nu echt aan de slag.”

 

Dit artikel verscheen eerder op VerkeersNet.nl - auteur: Jan Pieter Rottier