Deel 1 van serie blogs over het pensioenstelsel in Duitsland

Denk je eens in: het verzamelen van statiegeldflessen, om zo je pensioen aan te vullen. Klinkt gek maar toch gebeurt het en wel heel dicht bij huis. Bij onze oosterburen in Duitsland is het voor veel mensen moeilijk om rond te komen van hun pensioen. Dan zit er niets anders op, dan elke cent bij elkaar te schrapen!

Hoe is het mogelijk dat in een rijk land zoals Duitsland, er toch veel gepensioneerden zijn die na een leven lang werken maar moeilijk rond kunnen komen van hun pensioen? In een viertal artikelen, die een inkijk geven in de opzet van het Duitse pensioenstelsel, zoek ik naar een verklaring hiervoor.

In het eerste artikel komt het staatspensioen aan bod. Dit pensioen is de ruggengraat van het Duitse stelsel. In het tweede artikel ga ik dieper in op het pensioen in de tweede pijler: de bedrijfspensioenen in de relatie werkgever en werknemer. Het derde artikel richt zich specifiek op het ambtenarenpensioen. Het laatste artikel sluit ik af met particuliere voorzieningen in de derde pijler en formuleer ik een antwoord op de vraag hoe het mogelijk is dat 40 jaar pensioenopbouw niet toereikend is voor een zorgeloze oude dag.

Artikel 1: Hoe ziet het Duitse staatspensioen er dan uit?

Het Duitse pensioenstelsel kent, net zoals het Nederlandse, drie pijlers: een staatspensioen (vergelijkbaar met de AOW), aanvullende collectieve regelingen in de werkgever/werknemer sfeer en particuliere voorzieningen. Het stelsel is zeer complex door het grote aantal uitzonderingen, de diverse varianten waarop pensioen kan worden opgebouwd, de verschillen tussen de oude en nieuwe deelstaten en de gevarieerde belastingheffing.

Het staatspensioen vormt ongeveer 80 procent van de totale Duitse pensioensom en is, net als de AOW in Nederland, ingericht als een omslagstelsel. Er is geen spaarpot waaruit het pensioen wordt gefinancierd. Het staatspensioen geldt tot een bruto inkomen van 80.400 euro per jaar (6.700 euro per maand) en de premie bedraagt 18,6 procent van het bruto maandloon. Hiervan komt 50% voor rekening van werknemers en 50% van werkgevers. Verzekerde zelfstandigen en vrijwillig verzekerden moeten hun bijdrage volledig zelf betalen. Voor het pensioen geldt de omkeerregel: de inleg wordt niet belast, de uitkering wel.

Hoe hoog is het Duitse pensioen?

De hoogte van het te ontvangen staatspensioen is afhankelijk van de hoogte van het salaris en het arbeidsverleden. Hoe hoger het inkomen is, hoe meer ‘punten’ de werknemer in dat jaar verdient. Deze punten worden berekend door een vergelijking te maken met een norm, voor 2019 op 38.901 euro vastgesteld. Het inkomen wordt door deze norm gedeeld. Het aantal punten dat uiteindelijk is verzameld aan het einde van de carrière, wordt gebruikt voor het bepalen van het pensioen. Een voorbeeld: bij een bruto inkomen van 45.000 euro, zijn in dat jaar 1,16 punten verdiend (45.000 / 38.901).

Op het verkrijgen van deze punten zijn ook uitzonderingen. Extra punten worden bijvoorbeeld toegekend voor het opvoeden van kinderen of als compensatie voor het salaris in de voormalige DDR.

Om de hoogte van het pensioen te bepalen worden de verdiende punten vermenigvuldigd met een pensioenwaarde per pensioenpunt. Deze waarde kan van jaar tot jaar verschillen. Per juli 2019 is deze 33,05 euro. Stel een pensioengerechtigde heeft een ouderdomspensioen aangevraagd dat op de reguliere pensioendatum ingaat. Hij heeft in totaal 49 punten gedurende zijn arbeidsverleden opgebouwd. Zijn ouderdomspensioen wordt: 49 * 33,05 euro = 1.619,54 euro bruto per maand. Als het pensioen zeer laag is en er geen andere inkomsten zijn, heeft de gepensioneerde eventueel recht op een basisverzekering. Een verzoek daartoe loopt via de gemeente.

Het pensioen wordt jaarlijks per 1 juli aangepast. De aanpassing vindt plaats door wijziging van de pensioenwaarde. Dit wil zeggen, dat de punten van een Duitse gepensioneerde vast staan vanaf zijn of haar pensioenleeftijd. Alleen de pensioenwaarde kan nog voor een hoger (of lager) pensioen zorgen.

Wanneer mogen Duitsers dan daadwerkelijk met pensioen?
Lange tijd was de pensioenleeftijd in Duitsland 65 jaar, maar sinds 2012 wordt deze ieder jaar verhoogd zodat de pensioenleeftijd in 2030 67 jaar is. Deze pensioenleeftijd is overigens wel flexibel. Het is mogelijk om eerder of later met pensioen te gaan.

Who do we buy blog
Geboorte jaar Pensioenleeftijd
1952 65+6 mndn
1953 65+7
1954 65+8
1955 65+9
1956 65+10
1957 65+11
1958 66
1959 66+2
1960 66+4
1961 66+6
1962 66+8
1963 66+10
1964 67

Tabel 1: Pensioenleeftijd per geboortejaar.

Afronding

In het Duitse staatspensioen is de overheid tot een bruto jaarinkomen van 80.400 euro belast met de opbouw en de uitkering van pensioen. Daarbij is het stelsel gebaseerd op het omslagstelsel. De werkenden betalen voor de gepensioneerden. Een reserve wordt niet gevormd. Op basis van het voorbeeld valt een gepensioneerde met een salaris van 45.000 euro terug op een pensioen van 19.433 euro. Dit is ongeveer 43%. Dit inkomen kan vervolgens worden aangevuld met pensioen uit de tweede of derde pijler. Het volgende artikel belicht daarom de tweede pijler: het bedrijfspensioen.

Bronnen:

  1. https://duitslandinstituut.nl/naslagwerk/247/pensioenen
  2. https://www.deutsche-rentenversicherung.de

Over de auteur

Picture of Roger Claessens

Roger Claessens

Business Consultant Insurance Life

Roger Claessens is sinds 1990 actief in de financiële dienstverlening en met name in de pensioensector. Naast de inhoudelijke kant van de pensioensector richt hij zich ook op de IT kant: Hoe kunnen pensioencontracten met zo weinig mogelijke aanpassingen in de centrale administratie-applicatie worden geïmplementeerd? ...

Voeg commentaar toe

Comment editor

  • No HTML tags allowed.
  • Lines and paragraphs break automatically.
Blog richtlijnen en gebruiksvoorwaarden